De groep in de
samenstelling van het begin van 1969: vlnr. Willem Schoone, Martin Rudelsheim, Rob Hoeke, Jan Vennik en Will de Meijer
Aankondiging
van de presentatie van het nieuwe album
Een
gematigd positief bericht over (de presentatie van) de nieuwe langspeler
Op zes februari presenteert de groep
zijn tweede
R & B album, getiteld Celsius 232,8. De presentatie vindt plaats
op de skelterbaan in Uitgeest.
Het album bevat tien nummers en met de eerste song,
Lying In The Grass - in september 1968 al op single verschenen -,
wordt direct duidelijk dat het groepsgeluid een sterke verandering heeft
ondergaan. Geen clean gitaargeluid maar een Stones-achtige, vervormde
gitaarsound. Een opwindend nummer en de LP-versie klinkt vele malen
beter dan de singleversie, waarop het geluid erg dof was.
De
songs op Celsius 232,8
Purple Potatoes
is een sterke uitvoering van het
van Booker T & The MG's bekende Green
Onions. Er zijn prima bijdragen op piano, gitaar en orgel en ook de
ritme sectie doet wat hij moet doen met als resultaat een uiterst
swingend stuk muziek, dat het origineel van Booker T naar de kroon
steekt. Yellow Stone is een prachtig singer-songwriterachtig
luisterliedje qua sfeer verwant aan het werk van Bob Dylan en Donovan.
De versterkers gaan weer verder open in Six O'Clock Blues, een
pittige bluesrocker, goed gezongen door Willem Schoone en met fraai
slide-gitaar spel van Will de Meijer. Kant 1 eindigt met het van
misschien wel de langste titel ooit voorziene (The only Thing That Hasn't Changed During
The Times Is) The Rain Still Falling From Above. Het is een
melancholieke song opgebouwd rond een sterke riff op gitaar. Het bekendst
geworden lied van dit album is misschien
De foto achter op
de hoes van Celsius 232,8. Zonder Jan Vennik, want die maakte nog geen
deel uit van de groep toen deze foto werd genomen. Overigens speelde Vennik al wel orgel op een aantal tracks
De fraaie hoes van Celsius 232,8
de opener van kant 2,
Don't Feel Ashamed (B-kant van de single Lying In The Grass),
dat lang is gebruikt als openingstune van het al op de pagina 1968
genoemde programma Fenklup of Twien. De rest van kant 2 is ook de moeite
waard: de fraaie ballad How High we Used To Go met een mooi
fragiele mondharmonica, het pittige door ex-Hoeke groep Wim Bitter
geschreven Out Of Town, de onheilspellend klinkende instrumental
Fahrenheit 451, (dezelfde temperatuur als Celsius 232,8 en de
temperatuur waarbij papier gaat branden) geïnspireerd door de
gelijknamige SF-roman uit 1953 van Ray Bradbury (zie artikel in HEAVEN
onder Diversen) en de langzame blues Just Make Me A Pallet,
die qua sfeer doet denken aan de blues Help Me van Willie Dixon
op het debuutalbum van
Ten Years After uit 1967.
Aankondiging
van een optreden in Gorinchem op 28 februari. Nieuwsblad voor
Gorinchem en omstreken, 21 februari1969
Klik op de foto
Interview
met Rob Hoeke in de plaatselijke krant van Gorinchem
Klik op de
foto
Op 5 maart verzorgt de
groep een live-optreden in het NCRV-radioprogramma Jeugdland. In
dit jeugdprogramma werd altijd een scholierenquiz gehouden. Verder trad
er altijd een aantal artiesten op, waaronder een bekende Nederlandse
popgroep. Zo hebben er groepen gespeeld als Cuby + Blizzards, Oscar
Benton, Brainbox, etc. Een aantal van de gespeelde nummers staat op de
cd Live 1967 - 1989
(zie Diversen): Absolutely Sweet Marie van Bob Dylan, de
van Save Our Souls bekende boogie woogie Robby's Tune en
It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry van Dylan.
Bovengenoemd optreden is één van de laatste
met Martin Rudelsheim achter de drumkit. Hij stapt begin April op en
vervolgens vindt er een uitgebreide auditie plaats in de beatbunker te
Oudorp waar de groep repeteert. Er komen 25 drummers opdagen. De dan pas
17-jarige JaapJan Schermer komt als winnaar uit de bus en na één
repetitie wordt hij direct voor de leeuwen gegooid. Er wordt zo'n 25
keer per maand opgetreden en om zich enigszins thuis te kunnen voelen in
de hotelkamers neemt de jonge drummer telkens twee koffers mee: één voor
een platenspeler en platen en één met enkele schilderijtjes voor aan de
muur.
Een artikel in de
Telegraaf over de stand van zaken bij de groep, gedateerd op 4 april
1969
Klik op de foto
Op 16 september neemt de groep een single
op, Double Cross Woman, voor het eerst onder productionele
leiding van Hans van Hemert in plaats van Tony Vos. Achteraf bezien is
het één van de sterkste singles die de groep heeft uitgebracht. Een
fraaie melodie, aanstekelijk refrein, prima gitaar- en toetsenpartijen,
fantastische breaks met een sterke climax op de drums, gedreven
zang en een mooie middensectie met een parlando gebrachte tekst.
Eigenlijk verbazingwekkend dat deze plaat geen hit is geworden, ondanks
de promotie op TV in het popprogramma Twien.
Daartoe werd de groep gefilmd op de veerboot van Zweden naar
Nederland. De song werd geplaybackt op bezemstelen en andere
huishoudelijke artikelen.
Wanneer de groep weer in Nederland terug is, blijkt dat de
beatbunker in Oudorp volledig is leeggehaald. Het blijkt dat hun
manager alle apparatuur in beslag heeft genomen. Hij dreigt alle
apparatuur te verkopen, tenzij een openstaande rekening van f 75,-
wordt betaald. Lau Ruyter uit uit Wormer wordt de nieuwe manager en
zorgt voor de terugkeer van de spullen.
Een beschouwend
artikel over de voorliefde in Nederland voor de blues ter gelegenheid
van de release van de dubbelLP Blues From Holland
Klik op de foto
Promotie
van Double Cross Woman en de groep door
de nieuwe
manager van de groep
Klik op de foto
Het weghalen
van de apparatuur van de groep haalde de krant
Klik op de foto
Hieronder de
formatie sinds april met de nieuwe drummer, vlnr: Schermer, Hoeke,
Vennik, de Meijer en Schoone
1970
Op 7, 8, 21, 25 en 26 januari neemt Rob een
nieuw boogie woogie album op, Racing The Boogie getiteld. Van de
groepsleden doet alleen Will de Meijer mee op bas- en sologitaar. Broer
Paul Hoeke bespeelt de drums, terwijl Hans Oldenburg de
slaggitaarpartijen voor zijn rekening neemt. Producer Tony Vos speelt
alt-sax.
Op 26 februari en 11 en 24 maart wordt de single Next World War
opgenomen, die pas in juni zal worden uitgebracht, omdat op 21 maart het
dan al vijf jaar oude boogie woogie nummer Down South - na voor
de tweede keer op single te zijn uitgebracht - een grote hit wordt. In
1965 deed het plaatje vrijwel niets, nu wordt het, mede door de
inspanningen van DJ Tineke op Radio Veronica, alsnog een grote hit. Down South bereikt de achtste positie en staat 11 weken in de Veronica
Top-40. De groep heeft er gemengde gevoelens over, omdat, behalve Rob,
niemand van de groepsleden van dat moment op deze plaat meespeelt. (Zie
ook nevenstaand interview in Popscore). Maar
voor de populariteit is zo'n hit natuurlijk nooit weg.
Op 4 maart treedt de band voor de tweede keer op in het radioprogramma
Jeugdland. Rob speelt zelf niet mee tijdens dit optreden. De
piano wordt bespeeld door Jan Vennik en in een aantal nummers worden er
zelfs geen toetsen bespeeld. Een drietal van deze nummers staat op de cd Live 1967 - 1989.
Het optreden is één van de laatste waaraan Willem Schoone heeft
meegedaan. In de loop van maart stapt de zanger/bassist op, hij houdt
het na ruim vier jaar voor gezien. Al die jaren was hij de
gezichtsbepalende frontman van de groep. Hij treedt later toe tot de
Bergense groep Tortilla, waarmee hij in 1971 de fraaie LP
Little Heroes zal maken. Als vervanger van Schoone wordt
bassist/zanger Guus Willemse - die daarvoor al eens als drummer
bij de groep auditie had gedaan en toen werd afgewezen ten faveure van
JaapJan Schermer - aangetrokken.
Hieronder de
hoogste notering
van Down South
in de Veronica Top-40
Klik op de foto
Begin juni
komt de LP Racing The Boogie uit. De platenmaatschappij heeft
vanwege het succes van Down South deze single ook op de LP
gezet. Op deze LP is goed te horen dat de groep sinds Down South
een stuk is gegroeid. Het laatstgenoemde stuk klinkt
verhoudingsgewijs erg dun en de nieuwe nummers klinken zowel
muzikaal als geluidstechnisch een stuk professioneler. Op Racing
The Boogie staan drie covers waaronder Don't Be Cruel van
Elvis Presley. Het titelstuk verschijnt gelijktijdig ook op single,
maar wordt geen hit. Eén van de mooiste stukken is Eric Robert,
een solo gespeelde ode aan zijn zoon. Andere hoogtepunten zijn
Boogie Loaded, For My National Cash Register Adding Machine,
Laughin' Boogie en T - 3 - NV.
In juni komt ook de nieuwe single van de R & B Group, het al genoemde Next World
War uit. Een fraai muziekstuk, dat je echter wel een paar keer moet
horen om het vervolgens te gaan waarderen. Een voor de hitlijsten te
moeilijk nummer, dat dan ook niet verder komt dan een notering in de
tipparade.
Een interview met
Hoeke in de rubriek Popscore in de Telegraaf
23 mei 1970
Klik op de foto
Een
op zich aardig verhaal over Rob Hoeke, maar ook met nogal storende
fouten
Klik op de foto
De foto bij het
Popscore artikel
Opmerkelijk is verder dat Rob Hoeke hier zelf niet meespeelt,
de toetsenpartijen zijn ingespeeld door Jan Vennik en dat is een indicatie voor
de langzamerhand verslechterende verhoudingen in de groep. Voor een
uitgebreidere bespreking zie het artikel in het Friesch Dagblad
onder de knop Diversen.
Onderwijl verschijnen de platen van de band ook in België, Duitsland,
Frankrijk, Oostenrijk, Denemarken en de Verenigde Staten. Zo verschijnt
de single Double Cross Woman op het PIP-label en staat op 8
augustus 1970 op de 45e plaats in de Top-100 van Record World.
Een
interview met Hoeke in het blad Popmix, dat elke vrijdag te koop was bij de Shellina Premix Stations en bij mijn weten geen lang leven beschoren was
Klik op de foto
Op 17 september verschijnt het onderstaande
bericht in het Haarlems Dagblad:
De groep gaat met een klassiek orkest optreden in Brussel, maar speelt
daar overigens zijn eigen muziek.
De optredens
vinden plaats in de Koninklijke Muntschouwburg in Brussel. Gedurende
twee weken werkt de groep mee aan de opvoering van een muzikaal
theaterstuk Autour de Tristan, gebaseerd op de opera
Tristan & Isolde van Wagner, onder leiding van de Belgische
producer François Weyergans. Will de Meijer: 'Hij had Fahrenheit
451 van Celsius 232,8 beluisterd en vond dergelijke
muziek heel geschikt voor wat hij met Wagner van plan was. Er werd
verder meegewerkt door grootheden als choreograaf Maurice Béjart
en danser Jorge Donn.'
Double
Cross Woman op de 45e plaats
in de Top-100 van Record World
Klik op de foto
Een artikel over
de optredens in
Brussel
Klik op de foto
Jaap Jan Schermer: 'Voor de pauze werd
Tristan & Isolde gecomprimeerd opgevoerd in een klassieke setting en na
de pauze waren wij aan de beurt. Wij speelden onze eigen muziek aan de
hand van het libretto, als het ware in een vertaling naar 1970 toe. Het
was een uitvoering voor een uitverkocht huis en het was zeer succesvol.'
In het nevenstaande artikel over de optredens in Brussel wordt ook nog
gerept van plannen voor overeenkomstige optredens in andere grote steden
in Europa, zoals Frankfurt en Amsterdam, en van het plan om een film op
te nemen voor de Franse TV. De groep toert nog wel door Duitsland met
Herman Brood als extra pianist, maar voor zover bekend worden de
andere plannen niet gerealiseerd. Het feit dat
tegen het einde van 1970 de groep uit elkaar
klapt, zal hier in ongetwijfeld een rol hebben
gespeeld. Maar voordat dit gebeurde, is de groep een aantal dagen druk bezig in de
studio. Op 5 en 10 november en 1 en 8 december wordt de single
Everybody Tries - op de B-kant Concentration - opgenomen. De
zang had nog al wat voeten in de aarde, omdat niemand van de groep er
goed mee uit de voeten kon. Uiteindelijk werd Willem Duyn (Mouth
van het latere Mouth & McNeil) ingehuurd om de partij in te zingen,
iets wat hij voortreffelijk heeft gedaan. De single komt uit in het
begin van 1971, maar dan zijn Schermer, Vennik en Willemse al opgestapt.
De muzikale meningsverschillen waren te groot geworden. Hoeke wilde
eigenlijk boogie woogie en blues blijven spelen, terwijl de rest van de
groep ook wel andere paden wilde inslaan, getuige de single Next
World War en het deelnemen aan Autour de Tristan, iets dat
voor Hoeke zelf niet zo had gehoeven. Will de Meijer: 'Rob
voelde daar eigenlijk niet zoveel voor, maar de rest van de groep heeft
toch doorgezet. (...) Zelf wilde hij namelijk het liefst blues en boogie
woogie spelen.'
De formatie sinds
februari 1970 (vlnr):
Jan Vennik, JaapJan Schermer, Guus Willemse, Rob Hoeke en Will de Meijer