|
BANDLEDEN AAN HET WOORD |
||
|
Paul Lagaaij over zijn
spelen bij Rob Hoeke
De eerste
periode dat ik bij The Rob Hoeke R & B Group speelde was in het
begin van de zeventiger jaren. Nadat de popgroep George Cash,
waarin ik speelde, ter ziele was gegaan, bracht de manager (John
Seine), die weer Lau Ruyter kende, de manager van Rob, me in
contact met Rob, die audities hield om een nieuwe groep te formeren. Deze Rob Hoeke R & B Group met Will de Meijer, Ben de Bruijn en Pim van der Linden bestond niet lang, wel maakten we een single, That's The Boogie, en we hadden volop werk. Omdat Rob ook of vooral een boogie-woogie pianist was werd er altijd een speciale boogieset gespeeld van 45 minuten. Voor de liefhebbers daarvan maakten we met Hein van der Gaag een goedverkochte LP, Four Hands Up. Daarna is het pas rond 1980 dat ik Rob weer ontmoet, hij is dan genezen van het ongeluk met zijn hand en hij vraagt of ik weer meespeel. Nou.....graag en we beginnen eerst als trio met Jan de Jong, later als kwartet met Will de Meijer en het begint weer serieus een band te worden. We gaan repeteren bij de manager Selien Kneppers en het gaat langzaam maar zeker bergopwaarts. Van wanneer tot wanneer precies speelde je in de groep van Rob |
|
|
|
Hoeke? |
Photo by Ans van Heck |
|
|
|
Paul Lagaaij op het Haarlems Jazzfestival op 21 augustus 2009, waar hij met een trio ol.v. Dirk-Jan Vennik Chris Jagger (de broer van) begeleidde |
|
|
Hoe was
je rol in de groep: bijvoorbeeld speelde je alleen je partij of bracht
|
||
|
Aan welk optreden bewaar je de beste herinneringen en waarom? Aan vele optredens bewaar ik dierbare herinneringen, maar vooral wil ik noemen North Sea Jazzfestival 1989/1990, onze reizen naar het Verre Oosten, Back to The Sixties. Waarom, tja, geloof me, een fijn optreden in Wuppeveen is me even dierbaar maar de optredens, die ik net noemde zijn highlights. Was er ook een optreden waar je liever maar niet meer aan terugdenkt en waarom niet? Dat was een optreden in Meppel op eerste Kerstdag 19?? En er kwam h e I e m a a I niemand, Rob dacht dat zijn carrière was afgelopen, maar we stelden hem gerust, het was immers eerste Kerstdag en dan zit echt iedereen thuis achter de kalkoen. Als je ook aan plaatopnamen hebt meegewerkt: welke waren dat en welke vond je het beste?
Zoals eerder
vermeld: Four Hands Up, een boogie woogie-lp uit 1971, met Rob
en Hein van der Gaag, Will de Meijer op bas ditmaal,
Ben de Bruijn en yours truly aan de drums en soms aan de drank (ha,
ha). Hoe gingen de opnames in z'n werk? Bijvoorbeeld voor Four Hands Up kan ik me herinneren dat er 1 of 2 nummers voorbereid waren, ik denk aan het Harry Lime Theme, en verder werd er van alles in de studio verzonnen net zolang tot er 12 nummers waren, spannend zat zoals je begrijpt. Later met de Rob Hoeke Boogie and Blues Band, van 1982 t/m 1999 ging het gedisciplineerder en werd er een repertoire ingestudeerd en van te voren beslist wat op de CD zou komen. Waar was de Rob Hoeke Groep sterk in?
Rob Hoeke was
in de eerste plaats een geweldige muzikant met een enorme liefde voor
muziek en een drive om het voor een publiek waar te maken, hij gaf zich
altijd voor de volle 100 %. Waar hij ook goed in was, vooral in het
begin van zijn carrière was diversiteit. Luister maar eens naar de
verzamel-cd van al zijn singles, je weet niet wat je hoort, van slow (Drinking
On My Bed) tot rauwe pop en van alles daartussen en natuurlijk de
boogies. Hoe ontstond het repertoire dat jullie destijds speelden? Al improviserend tijdens repetities vooral. Rob of één van de gitaristen (ik denk vooral aan Will de Meijer) kwam dan met wat akkoorden, bas en drums verzonnen een passende begeleiding, et voilá, alweer een nieuw nummer, het klinkt makkelijker dan het is hoor, vaak gingen er vele uren voorbij voor het goed was. Hoe kijk je na al die jaren terug op het spelen in de groep van Rob Hoeke? Hoe belangrijk was die ervaring voor jou? Het moge duidelijk zijn, nee, zonneklaar, ik ben Rob nog altijd dankbaar dat hij me destijds bij de groep aannam, het zijn muzikaal mijn mooiste jaren geweest, en niet zo'n paar zoals je ziet, prakties 2O jaar met ik weet niet hoeveel honderden optredens, wow, ik ben er helemaal tevreden mee, ik voelde al snel dat ik bij hem en zijn muziek op m’n plek was. Hoe belangrijk is Rob Hoeke volgens jou geweest voor de Nederlandse popmuziek? Hij is absoluut een van de bepalende figuren geweest in de pop, vooral op pianogebied natuurlijk. Vóór Rob was er in Nederland eigenlijk niemand die zo piano speelde en ook nog eens een heavy R & B groep had en bovendien goeie eigen nummers schreef en speelde. That’s all folks, mijn roemruchte carrière bij deze fantastiese man en muzikant. Groeten van Paul Lagaaij
|
||
|
Willem Schoone over zijn spelen
bij Rob Hoeke Van wanneer tot wanneer precies speelde je in de groep van Rob Hoeke? Ik speelde bij de Rob Hoeke Band van 1966 tot en met maart 1970. Op welk instrument speelde je? Zong je ook? Ik speelde basgitaar en was zanger in de groep. Toen Frans Hoeke nog meespeelde, verdeelden Frans en ik de zang. Hoe was je rol in de groep: bijvoorbeeld speelde je alleen je partij of bracht je ook (eigen) ideeën of composities in? Ik heb wel veel ideeën aangedragen in die tijd, maar geen composities. Aan welk optreden bewaar je de beste herinneringen en waarom? Ik herinner mij vooral het optreden in de Sneekweek in Sneek op de markt samen met Cuby and The Blizzards in verschillende cafés. Het leuke ervan was dat we in de pauzes gewoon van plek wisselden, mensen uit onze groep schoven aan bij Cuby en leden van de Blizzards kwamen bij ons spelen. Zonder de eigenaren van die cafés daarvan in kennis te stellen. Maar dat was geen probleem, dat kon gewoon in die tijd. Was er ook een optreden waar je liever maar niet meer aan terugdenkt en waarom niet? Dan denk ik aan een optreden in Amsterdam op een school, waar Rob na een ruzie op het podium wegliep en niet veel later ik zelf ook. Kortom, dat was een puinhoop en zeer onprofessioneel van ons. Als je ook aan plaatopnamen hebt meegewerkt: welke waren dat en welke vond je het beste? Ik heb meegewerkt aan de singles When People Talk, What's Soul, Try To Realize, Double Cross Woman en Next World War. Verder ben ik te horen op de albums Save Our Souls, Robby's Saloon, en Celsius 232,8. De beste herinneringen bewaar ik aan de opnamen van SOS. Hoe gingen de opnames in z'n werk? Voor de opnamen van SOS doken we, zonder ook maar één nummer klaar te hebben, de studio in en werkten daar ter plekke ideeën uit tot de nummers zoals ze uiteindelijk op de LP terecht kwamen. Op dat moment stond er heel wat druk op de ketel, maar daardoor kwamen er erg mooie dingen uit. Waar was de Rob Hoeke Groep sterk in? De groep was sterk in blues, boogie woogie en rock natuurlijk. En toen gitarist John Schuursma in de groep zat, was dat - muzikaal gezien - de magie tussen Rob en John. Hoe ontstond het repertoire dat jullie destijds speelden? Dat gebeurde altijd spontaan. We speelden wat we leuk vonden en dat varieerde van Bob Dylan tot Moby Grape. Hoe kijk je na al die jaren terug op het spelen in de groep van Rob Hoeke? Hoe belangrijk was die ervaring voor jou? Dat was echt een geweldige tijd natuurlijk. Achteraf kan ik wel zeggen dat die 4 à 5 jaar ons op een bepaalde manier toch behoorlijk gevormd hebben. We waren natuurlijk ook nog erg jong. Hoe belangrijk is Rob Hoeke volgens jou geweest voor de Nederlandse popmuziek? Rob is zeer belangrijk geweest en jammer genoeg werd hij in die tijd lang niet altijd op waarde geschat. Groeten van Willem Schoone |
||
|
JaapJan Schermer over zijn spelen
bij Rob Hoeke Mijn periode bestrijkt
het interval tussen Martin Rudelsheim en Paul Lagaaij. In het begin was ik dus
een echt een 'groentje' tussen allerlei zwijgzame en merkwaardige
mannen, waarvan sommige twee maal zo oud waren als ik. Na een half jaar
kreeg ik meer grip op het klappen van de zweep en de stokken. Ik heb me
toen ook veel bemoeid met het arrangeren en inkleuren van op te nemen
nummers. Vooral bij Concentration en Next World War
had ik een grote inbreng.
Ook de plaatopnames
verliepen merkwaardig: plotseling kwam het bericht dat we een single uit
moesten brengen. JaapJan
in actie anno nu Aan welk optreden bewaar je de beste herinneringen en waarom? Sarasani op
Texel was altijd leuk om te spelen; met de boot heen en daar blijven
'slapen', wat er meestal niet van kwam. Voor de bühne stond een heel
lange, ijzeren 'trog' waarin water viel dat via het plafond naar beneden
werd gesproeid. Mooi gezicht met al die lampen en kleuren maar ook
superlevensgevaarlijk!
Was er
ook een optreden waar je liever maar niet meer aan terugdenkt en waarom
niet?
Hoe
ontstond het repertoire dat jullie destijds speelden? Wat het bühne-repertoire betreft werd er ter plekke van alles geïmproviseerd. Themaatjes die we ’s middags op de autoradio hoorden zaten dikwijls ’s avonds al in een of ander nummer verwerkt. Nummers duurden vaak heel lang, zoals Season Of The Witch - het nummer van Donovan, waarbij we ons lieten inspireren door de versie van Michael Bloomfield, Al Kooper en Steve Stills op hun LP Supersession uit 1968 - dat elke avond weer anders klonk. Het moest allemaal ter plekke gebeuren waardoor je erg ‘wakker’ moest zijn. Dat is een leuke manier van spelen die ik nog steeds het meest ambieer: niets of weinig voorbakken, gewoon gaan met die banaan!
Groetjes, |
||
|
Gerbren Deves: Rob Hoeke en ik Het begon al toen ik jong was; het cassettebandje met Blues For Kid schalde regelmatig door de oude, krakerige Philips-boxen. Ik, een klein jongetje van 7, was er niet weg te slaan. Kussen naast een box en liggen maar. Mijn liefde voor de swingende noten van Rob Hoeke was mijn moeder natuurlijk ook niet ontgaan, en ergens in een zomer nam zij mij mee naar de Bickerij in Haarlem, waar Rob iedere editie van het Haarlem Jazz Festival optrad. Ik wrikte me in allerlei bochten om maar een glimp op te vangen van de vingers van Rob, die zo makkelijk over de piano zweefden. “Dit wil ik ook”, was mijn conclusie die mij nooit meer heeft losgelaten. Ik zat in die tijd op pianoles, bij meneer Gest. Iedere dinsdagmiddag moest ik er weer aan geloven en voltrok zich hetzelfde ritueel: Om 13.00 uur naar boven stuiven, naar de piano, om te kijken welke liedjes ik eigenlijk had moeten instuderen die week, om vervolgens om 14.00 uur in de Egelantier aan meneer Gest uit te leggen dat ik niet zo veel tijd had gehad die week. Waarna meneer Gest begon aan zíjn ritueel van de week: de datum van die dag weggummen bij de betreffende liedjes en die vervangen door de datum van de week erna. Eigenlijk loog ik tegen meneer Gest, want niet alleen had ik de tijd wel, ik besteedde mijn tijd ook aan pianospelen. Alleen niet aan de themasong van The Pink Panther of aan de Lambada, maar aan nummers als Blues For Kid en Swanee River Boogie. Meneer Gest zag ook wel dat het geen zin meer had om mij twee liedjes per les te laten instuderen, dus toen hij voorstelde om 1 liedje per les te behandelen, bood ik aan, toch enigszins schuldbewust, om dan 1 liedje uit het boek in te studeren, en 1 bluesnummer te spelen. Meneer Gest zag dat dit me een heel stuk beter afging, maar vroeg zich herhaaldelijk af hoe ik met zo’n slechte vingerzetting toch alle noten goed wist te raken. Ik had zelf ook geen idee, maar dat was het laatste waar ik me mee bezig hield. Op een gegeven moment speelde ik alleen nog maar blues op pianoles, waarop meneer Gest heel eerlijk zei dat ik beter voor mijzelf kon gaan spelen, omdat hij me de blues niet kon leren. Toen ik op een gegeven moment stokte in mijn ontwikkeling, kwam ik via Berry Zand Scholten, bij wiens dochter ik in de klas zat, aan het telefoonnummer van Rob. Toen ik hem zenuwachtig belde met de vraag of hij ook les gaf, klonk er een teleurstellend ‘Nee’. Maar toen hij er tijdens het verdere gesprek achter kwam dat ik toch wel heel erg gemotiveerd was, nodigde hij mij uit om dan toch een keertje bij hem langs te komen. Het werd een fantastische ervaring, die al begon bij het opendoen van de deur: “Hai, ik ben Rob”. Ik zal het nooit vergeten. Blauw shirt aan, bril op. Wat vond ik dit mooi. Ik had de les goed voorbereid door met gerichte vragen te komen hoe hij bepaalde dingen nu eigenlijk speelde. Het werd een sessie van meer dan 4 uur, en aan het eind zei hij me dat ik talent had en dat ik zo vaak mocht terugkomen als ik wilde. Toen ik hem een half jaar later opnieuw belde en vroeg of hij mij nog kende, antwoordde hij met “Hoe kan ik jou nou vergeten? Waarom heb je niet eerder gebeld? Wanneer kom je weer?” Toen ik een paar dagen later op de stoep stond met weer een fles jonge jenever als dank, verwelkomde hij mij met “Je moet niets meer voor me meenemen, want ik vind het juist zo leuk om jou dingen uit te leggen”. Een mooie relatie was begonnen. En niet alleen met Rob. Hoewel ik zijn zoon Ruben slechts een paar keer had ontmoet, besloten we om samen 6 weken naar Chicago en het Zuiden van de Verenigde Staten te reizen om te zien waar de blues nou echt vandaan kwam. Het werd een onvergetelijke reis die resulteerde in een zo mogelijk nog mooiere vriendschap met Ruben. Ik heb genoten van alle momenten die ik met Rob was. Herinneringen die ik mijn hele leven zal blijven koesteren. Een van de mooiste momenten vond ik de 60e verjaardag van Rob, op 9 januari 1999. Rob gaf nooit iets om zijn verjaardag en hij moest dan ook gewoon optreden, in Hillegersberg. Ruben en ik hadden het idee om als verrassing langs te gaan en Ruben ongemerkt het podium op te laten sluipen om uit het niets een gitaarsolo in te zetten. “Dat ziet-ie toch??”. Ik hoor het mezelf nog steeds zeggen. Maar zoals Rob’s bassist Toon Segers al zei: “Als Rob aan het spelen is, dan kan je op zijn piano klimmen zonder dat hij het doorheeft.” En zo geschiedde: Rob had bij de 2e toon al in de gaten dat het om Ruben ging, en zijn grote grijns is niet meer van zijn gezicht afgegaan die avond.. Later dat jaar gaat het mis in Rob zijn lichaam. Vlak nadat Rob dit had gehoord, zijn Ruben en ik met een paar vrienden naar zijn optreden gegaan om hem een hart onder de riem te steken. Echter, toen wij aankwamen, waren wij net op tijd om een zeer aangeslagen Rob naar buiten te zien komen, stamelend dat dit de eerste keer was dat hij een optreden moest afzeggen. Rob ging direct met Ruben terug naar Krommenie, waarna ik de piano in Rob z’n oude Saab tilde en in deze auto terug naar het Westen reed. Het was een lange autorit. Een mooi en emotioneel afscheidsconcert volgt in Langs de Lijn in Bussum. Ik speelde er Blues For Kid en droeg het uiteraard op aan Rob. Ik vond het mooi om te zien dat Rob bleef luisteren, in plaats van ergens achteraan uit te rusten. Jaap Dekker zat achter de andere piano, en wachtte tot ik hem een seintje gaf dat hij mee mocht spelen. Rob vond altijd dat ik de toetsen te veel ‘aaide’, maar na dit nummer zei hij: “Wat mooi dat ik dit nog op de valreep meemaak! Wat een overtuiging!”. En hij liep weer naar achteren om te rusten. De laatste keer dat ik hem in levende lijve zag, was niet lang daarna bij hem thuis. Rob had mij opgebeld om te vragen of ik nog één keer langs wilde komen om zoveel mogelijk vragen te stellen, want “binnenkort kan het niet meer”. Het was een hele waardevolle middag. We hebben de piano amper aangeraakt. “Ach, ik hoef jou ook niets meer te leren. We gaan lekker zitten”. Lullen over muziek, over het leven. Vereerd voelde ik me toen Rob me vertelde dat ik in zijn tweede cirkel zat, waar de eerste cirkel gereserveerd was voor familie. Maar ook schuldig, toen zijn vrouw Lucie mij later vertelde dat Rob onmiddellijk naar bed was gegaan nadat ik de deur had dichtgetrokken. Ik heb die middag opgenomen op mijn cassetterecordertje, zoals ik alle middagen bij Rob opnam. Ik heb de middag nooit nageluisterd. Misschien moet ik dat ook maar niet doen, en de herinnering laten voor wat hij is. Niet veel later belde Ruben mij op om te vertellen dat het zover was. Terwijl ik dit opschrijf, springen de tranen weer in mijn ogen. En al helemaal als ik terugdenk aan hoe ik daar twee dagen later aan zijn open kist zat. Alleen met Rob. Hem bedankend voor alles wat hij voor mij betekend heeft. Toen ik beneden kwam, was zijn broer Paul aangekomen. Paul vroeg mij met hem naar boven te gaan, om samen afscheid te nemen. Ik heb geweigerd. Omdat ik op dat moment voelde dat ik het afgesloten had. Een beslissing waar ik tot op de dag van vandaag spijt van heb. Rob was een heel bijzonder mens. En ik ben hem eeuwig dankbaar voor alles wat hij mij heeft bijgebracht. Hij heeft mijn liefde voor muziek exponentieel doen groeien. En me realiserend dat muziek zo’n grote impact heeft op mijn leven en zo’n belangrijk onderdeel vormt van mijn geluk, kan ik maar één ding zeggen: “Rob, bedankt!” Gerbren Deves, december 2009. Gerbren is te horen en te zien op de video-opnamen van het tribute-optreden, die zijn gemaakt in de Bibliotheek van Amsterdam in december 2004. (onder de knop video en op Youtube: robhoekedotcom). Daar werden onder meer Blues For Kid en Swanee River Boogie gespeeld. Samen met Ruben Hoeke, Rob Heijne, Boris van der Lek, Willem Schoone en John Schuursma. |
||